Dag lieve Lay

16-12-05-3

De afgelopen weken zijn we continu bezig met zorgen om onze lieve Layla. Ze is ziek en vorige week kwam erg duidelijk naar voren dat ze veel ontstekingen/tumoren in haar lichaam heeft zitten en dat behandeling eigenlijk niet mogelijk is. Met een extra dosis ontstekingsremmers werden we naar huis gestuurd, in de hoop dat het vocht daar nog wat langer door weg zou blijven. Maar helaas. Afgelopen vrijdag moesten we dan toch echt afscheid nemen. Vandaag een afscheidsbrief aan Layla.

Lieve, kleine Lay,

Ik herinner me nog als de dag van gisteren de dag dat je bij ons kwam. Iedereen verklaarde me voor gek, want een mooie poes was je (nog) niet. Je was een scharminkel, met wat kale plekjes en wondjes op je hoofd. Maar ik was gewoon voor je gevallen. In het asiel trok je mijn aandacht en wilde je aaitjes van me en kroelen. Ik heb oprecht geen andere kat gezien in het asiel, jij moest het worden.

Ik mocht je nog niet gelijk mee, want er vond nog een controle plaats bij de dierenarts en dan kon ik je waarschijnlijk een week later ophalen. Dat ophalen was nog even een dingetje: je ging tekeer tegen de verzorgster die je uit het hokje haalde. Ik zag mijn moeder naar me kijken en denken: ‘Kim, wat heb je nu weer gedaan?’ Instructies van de verzorgster: het is een lapjeskat en die staan bekend om hun pittige karakter. Verwacht niet van haar dat ze thuis gelijk komt knuffelen, ze zal even een paar dagen nodig hebben. O ja, en ze haat dierenartsen. Toen we thuiskwamen liet ik je uit je mandje. Manlief was ook thuis, dus die gelijk geïnstrueerd: laat haar maar even. Je liep een rondje, inspecteerde de kattenbak en je besloot: dit is mijn nieuwe huis, dit zijn mijn nieuwe baasjes, het is goed. Je was niet weg te slaan bij ons. Wij gingen eten, je zat naast ons op een stoel aan tafel en je was zo moe. Ik heb nog nooit een kat zien knikkebollen, maar jij deed het. Het was zo schattig. Wij verhuisden naar de bank, jij ging mee en op schoot liggen. Ik was zo gelukkig, daar was weer het lieve katje dat ik de eerste keer had gezien in het asiel. Wij waren allebei verkocht. En zo ging het eigenlijk altijd: je was dol op aandacht (en op warmte!), de eerste maanden volgde je ons, waar we ook waren. Baasje zette je mandje altijd bij hem in het kantoor als ik niet in de kamer was, zodat je bij hem kon liggen. Het liefst lag je op één van ons, maar als dat niet kon, dan was in de buurt ook goed. Je was ook nog eens super speels: rennen door de kamer, slippende zweetpootjes, helemaal gek doen! Altijd wel in voor een spelletje.

Helaas was je ook een zorgenkatje. Je kreeg steeds gekkere plekken rondom je koppie en we gingen naar de dierenarts. Daar had de verzorgster wel echt gelijk in: je haat dierenartsen. De eerste dierenarts waar we je mee naar toe namen, die was bang voor je. En dat had je door. Deze dierenarts heeft je met geen vinger aangeraakt en wij gingen vrij boos weer naar huis. We zochten een andere dierenarts op en die wisten met jou om te gaan. Je liet je onderzoeken, maar nog steeds veranderde je in een kleine tijger als er ook maar iets gebeuren moest. Uit al onderzoeken bleek eigenlijk niks, dus we moesten het maar doen met een allergische reacties. Met medicijnen en hypoallergeen voer ging het heel goed.

Vorig jaar verhuisden we naar een huis met een tuin. Je mocht buiten. En dat vond je heel interessant. Wij vonden het wat spannender, maar dat was nergens voor nodig, want je was altijd in de buurt. Langer dan een uur was je nooit buiten en als wij met mooi weer buiten zaten, lag je altijd bij ons in de tuin. Ook werd je grote zus, je kleine mensenbroertje kwam in huis. Dat was toch wel even gek, zo iemand die alle aandacht van je baasjes opeiste. Maar ook daar wist je prima mee om te gaan. En wat was je lief voor hem. Hij trok soms ineens aan je staart, of kneep je: maar nooit, echt nooit heb je naar hem uitgehaald. Maar toen werd je vorig jaar nog zieker. Je viel om, je kon eigenlijk niks meer en je werd blind aan één oog. Weer zochten we de dierenarts op, weer van alles geprobeerd, maar het was niet duidelijk wat er nu precies speelde. Waarschijnlijk iets in je koppie, wat goed te onderdrukken was met medicijnen. Zo hobbelden we een jaartje verder. Tot drie weken geleden. Toen bleek dat het gewoon echt mis was. Vochtophopingen, ontstekingen en tumoren door je hele lichaampje. We moesten ons gaan voorbereiden op een afscheid van jou. En dat was afgelopen vrijdag dan het geval. Veel te vroeg, veel te jong.

Lieve Lay, elke kat is uniek, zo ook jij! Je was zo’n lieverd, deed geen vlieg kwaad. Ik vraag me nog steeds af waarom jij alleen rondzwierf op straat, maar ben heel blij dat jij ons huis kwam verblijden met je gezelschap. Ik hoop dat we je drie hele mooie jaren hebben mogen geven en dat je gelukkig was. Ik ben onwijs dankbaar voor de jaren dat je bij ons was. Ik ga je missen, het was te vroeg, maar ik hoop dat je nu op een betere plek bent zonder pijn! Love you!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *